Nieuws
Hoodlijnen Experimentenwet BIZ
Bevoegdheid, strekking, bijdrageplichtigen, peilmoment
De gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage een heffing instellen op binnen een bepaald gebied in de gemeente (BI-zone) gelegen onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
De BIZ-bijdrage is een belasting die de kosten moet bestrijden, die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.
De BIZ- bijdrage wordt geheven van een selectie va de gebruikers van de niet-woningen gelegen in de BI-zone (bijdrageplichtigen). De selectie komt tot stand op grond van een in de heffingsverordening te bepalen objectieve definititie. Als peilmoment geldt de situatie bij het begin van het kalenderjaar. In de verordening kan worden bepaald dat bij onroerende zaken die niet in gebruik zijn, de BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar.
Heffingsmaatstaf, omslag
De heffingsmaatstaf is de WOZ-waarde. De onroerende zaken kunnen in waardeklassen worden ingedeeld. Het tarief van de BIZ-bijdrage kan voor verschillende categorieën niet-woningen verschillend worden vastgesteld, waarbij onder meer de vestigingslocatie, de bestemming van de onroerende zaak en de branche of sector van de bijdrageplichtige in aanmerking genomen kunnen worden. Voor leegstaande panden is een aparte bepaling opgenomen. Ook kan een voor alle bijdrageplichtigen gelijk tarief worden gehanteerd. Op de volgende pagina "Heffingsmaatstaven" worden alle mogelijkheden getoond.
De bijdrage wordt geheven als ware het een gemeentelijke belasting.
Looptijd
Een BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van ten hoogste vijf jaren. De periode kan telkens met ten hoogste vijf jaren worden verlengd.
Draagvlakmeting
De verordening waarbij de BIZ-bijdrage wordt ingesteld, treedt niet in werking dan nadat gebleken is van voldoende steun onder de bijdrageplichtigen.
Na vaststelling van de verordening stelt het college van burgemeester en wethouders iedere bij de gemeente bekende bijdrageplichtige in de gelegenheid zich schriftelijk voor of tegen inwerkingtreding van de verordening uit te spreken. Het college van B & W draagt er zorg voor dat alle bijdrageplichtigen zijn geïnformeerd over de strekking van de verordening.
Voor deze draagvlakmeting geldt dat niet de gebruiker (of eigenaar bij leegstand) die op 1 januari van het kalenderjaar als zodanig werd aangemerkt zijn stem mag uitbrengen, maar de bijdrageplichtige op het moment van deze draagvlakmeting.
Van voldoende steun is sprake:
- indien blijkt dat ten minste de helft van de bijdrageplichtigen in de BI-zone zich voor of tegen
- inwerkingtreding heeft uitgesproken;
- ten minste tweederde deel daarvan zich voor inwerkingtreding heeft uitgesproken
- de totale WOZ-waarde van de voorstemmers hoger is dan de totale WOZ-waarde van de tegenstemmers. Het laatste vereiste geldt niet als de bijdrage een gelijk bedrag per bijdrageplichtige is.
Intrekking verordening
De verordening wordt ingetrokken als er voldoende steun voor intrekking is.
Op verzoek van ten minste een vijfde van de bijdrageplichtigen stelt het college van B &W alle bijdrageplichtigen in de gelegenheid zich schriftelijk voor of tegen intrekking van de verordening uit te spreken.
Er is reeds sprake van voldoende steun voor intrekking indien ten minste de helft van de bijdrageplichtigen zich voor intrekking heeft uitgesproken.
Het verzoek tot intrekking kan (onder andere) niet worden gedaan binnen een jaar na inwerkingtreding van de verordening.
Subsidie
De opbrengst van de belasting wordt als subsidie verstrekt aan de bij de verordening aangewezen vereniging of stichting. De perceptiekosten kunnen hierop in mindering worden gebracht. De raad stelt bij verordening de nodige regels, met inbegrip van de voorwaarden en de wijze waarop de subsidie wordt verstrekt.
Begroting en verantwoording
De aangewezen stichting of vereniging zorgt er voor dat jaarlijks de begroting wordt vastgesteld en dat na het eerste jaar jaarlijks verantwoording wordt afgelegd over de uitgaven.
Alle bijdrageplichtigen moeten kosteloos kennis kunnen nemen van de begroting, de rekening en de verantwoording.
Verloop, evaluatie en het vervolg na afloop van het experiment
De verordening waarbij de BI-zone voor de eerste maal wordt ingesteld, moet binnen twee jaar worden vastgesteld. Deze periode kan bij koninklijk besluit éénmaal met ten hoogste twee jaar worden verlengd.
De gemeente is verplicht een exemplaar van de uitvoeringsovereenkomst en van de verordening in te sturen naar de Minister van Economische Zaken.
De Minister van Economische Zaken zendt voor 1 januari 2013 een evaluatie verslag aan de Tweede Kamer.
Deze wet vervalt met ingang van 1 juli 2015, doch de bestaande BI-zones kunnen ook verlengd worden tot 1 januari 2018 als er voor 1 juli 2015 een nieuw wetsvoorstel ter zake wordt ingediend.
Bron: bijlage bij Raadsvoorstel voor invoering bedrijveninvesteringszones, Gemeenteraad Den Haag